Ingrid Marijke Heemskerk geboren Bodegraven kwam, net als Hieronymus van Alphen, Desiderius Erasmus, Gijsbert Johannes Verspuy, Henrietta Helena Hoffman, Ed de Goey en Kim Holland, ter wereld te Gouda, de gemeente in het hart van Zuid-Holland die 680 jaar eerder van Graaf Floris V stadsrechten had gekregen en anno nu nog steeds vermaard is om z’n kaarsen, z’n pijpen en z’n stroopwafels. Maar in tegenstelling tot menig andere Gouwenaar is Ingrid van 28 februari. Een Vis dus, wat niet zo’n gek combi is met Waterman trouwens (zie Rien) en een regelrechte aankondiging van het feit dat de boreling later met haar vader Joop menigmaal nationaal zeilkampioen zou worden in de legendarische, door kapper Henk Bulthuis uit Bergum (Fr.) ontworpen zestienkwadraat klasse.
En al even typerend voor haar eigenzinnigheid: Ingrid is dus weliswaar een Goudse, maar heeft ‘t niet op goud, helemaal niet zelfs, doch op zilver, heel heftig zelfs. Zo ging ze als ukkepuk reeds per Silver Shadow naar de kerk met een boek vol zilverwerk, eet ze ‘t liefst onder zilveren cloches geserveerde Argentijnse zilverbaars met zilvervliesrijst uit Silverton in de Tour d’Argent, heeft ze thuis een imposante collectie zilvergepoetste zilvermeeuwen, zilverberken, zilversmeden en Olympische tweedeplekken en viert ze elk jaar haar zilveren bruiloft op muziek van Horace Silver in de Argenta Suite van Hotel Silberstein aan het Belgische Zilvermeer. Maar ook als men dat allemaal niet weet en Ingrid voor ‘t eerst treft, spreken haar sieraden boekdelen. Waarmee meteen de dramatiek geschetst is die zich voordoet zodra Ingrid zich van al dat geliefde zilver dient te ontdoen, teneinde met toestemming van de Warenwet de rokerij te betreden en daar dag in dag uit als rechter- en linkerhand, maar vooral als reddende engel van Rien, allerlei rampen te voorkomen.
